Ethische uitgangspunten


1. Je directe belangen betreffen uitsluitend, maar zonder uitzondering, al datgene dat bij leven invloed heeft op je persoonlijke welzijn, het welzijn van je nakomelingen, je familie en degenen met wie je biologisch en cultureel nauw verwant bent.

2. Je zielebelangen betreffen uitsluitend, maar zonder uitzondering, al die zaken die heilzaam zijn voor jou en je verwanten op lange termijn en in groter verband, eventueel zelfs je leven overstijgend. "Een betere wereld voor vreemde mensen" is voor jou géén zielebelang. Die laatste stelling hoort bij een fantomische gedrevenheid.

3. Je hebt het recht om zelf je eigen directe en zielebelangen vast te stellen en om er zelf prioriteiten in aan te brengen.

4. Je hebt het recht om zelf je eigen directe en zielebelangen te behartigen.

5. Het is immoreel om jezelf op te offeren door het verzaken van je directe belangen, je bevordert er ook je zielebelangen niet mee. De roep om offers komt voort uit fantomische gedrevenheden.

6. Het is immoreel om dergelijke offers aan te bevelen of van anderen te vragen, zij bevorderen er evenmin hun zielebelangen mee. Fantomsich gedreven mensen beweren graag dat een normale, heldere keuze niet voldoet, maar dat men 'totaal moet kiezen'.

7. Het is immoreel om de directe belangen van nauwer verwanten te schaden ten faveure van minder verwante personen of groepen, ook jouw zielebelangen worden daar niet mee bevorderd. Dit gedrag kenmerkt fantomische gedrevenheid.

 

 

 

 

Nedsam