De Jood

Eens, toen Johannes in de hoofdstad van zijn land wandelde, ontmoette hij een Jood.

De Jood sprak:

O gezegende Nederlander, hoewel mijn hart niet hier ligt, maar in mijn verre vaderland, woon ik in uw land om er te werken, in navolging mijn voorouders. Mijn hart laat mij de belangen van Israël en alle Joden in Nederland bevorderen, maar ik vind geen vrede.

De gezegende Nederlander sprak

Dubbelhartigheid kan nimmer vrede brengen, o lezer van de Torah, u maakt uzelf vreemdeling in uw eigen land. U misleidt uzelf door de inbeelding dat iemand zijn vaderland kan kiezen. Ik zeg u: dit land hier, van uw voorvaderen, waarvan u de taal spreekt en naar welks gewoontes u bent opgevoed, is uw ware vaderland. Geef uw valse identiteit op, dan geneest uw dubbelhartigheid en u zult in vrede leven.

De volger van de Talmoed sprak:

Mijn voorvaderen zijn altijd beschimpt en achtergesteld, ook heeft uw volk hen in de Afschuwelijke Bezetting aan Duitse moordenaars uitgeleverd. Zeg mij, geachte oogappel van Nederland: hoe kan ik dit land hier mijn vaderland noemen en er in vrede leven?

De wijze Nederlander sprak:

O gij, die uw hart bezwaart, het verleden is voorbij en de toekomst moet nog komen. Ziekelijk klagen kan nimmer vrede brengen, u belast uw toekomst met leed dat niet het uwe is. Zwelgen in lang vervlogen ellende maakt uw bloed zwartgallig en zal uw hart verstenen. Ik zeg u: laat het verleden los en bevrijd uw toekomst in dit land hier van de vloek van uw achterdocht en haat. Vertrouw mijn edele volk, dat ook het uwe is, schik u in de cultuur en u zult de vreugde van vrede kennen.

De zich uitverkoren wanende sprak:

Mijn ziel is Joods, mijn volk is Joods, mijn wortels Nederlands, o Johannes, is dat laatste dan niet mijn valse identiteit?

Johannes de perfecte Nederlander sprak

Bedenk bezoeker van synagogen, dat een volkziel evenals een volksfantoom gevormd wordt in de opvoeding en de omgang met verwanten. De ziel echter is authentiek, het fantoom daarentegen vals. Het onderscheid tussen de twee is als tussen een warm bad en een koude douche. De ziel koestert, aanvaart en vraagt weinig offers, het fantoom zweept op, veroordeelt en eist voortdurend het hoogste offer. U woont en werkt in Nederland, waarde Jood, omdat u de koestering zoekt en het opzwepen vermijdt. Daarmee heeft u het Nederlanderschap als uw ziel herkend en het Jodendom als uw fantoom. Ik zeg u: voedt niet langer uw fantoom en uw hart zal vrede kennen.

De Jood weende, want hij was zeer gehecht aan zijn fantoom.

Johannes ziende dat de Jood het begreep, vervolgde zijn weg.