De nette nationalist
Eens wandelde Johannes door het prachtig aangelegde park in zijn
woonplaats. Dankzij een zeldzame wending van het lot werd dit nu eens niet
gedomineerd door de storende aanwezigheid van lichtgetinte buitenlanders.
Hij genoot van de weldadige atmosfeer en de heerlijke, beschaafde rust die
pleegt uit te gaan van de zich recreërende volksgenoten in deze goed
verzorgde omgeving, toen een jong echtpaar hem aansprak.
De man, een sympathieke Nederlander, vroeg:
O voorbeeldige nationalist, nu ik u ontmoet in dit mooie park, grijp ik
de kans aan om u deelgenoot te maken van een grote zorg die ons hart kwelt.
Wij zijn actief in een organisatie die zich inzet voor de belangen van ons
edele volk, maar de leiding ervan wil niets met u van doen hebben. U wordt
genoemd op een lijst van verworpen nationalisten, welke prominent geplaatst
staat in het voorlichtingsmateriaal. Waarom Johannes, wijze held van de
Rijn- en Maasdelta, trekken wij gescheiden op? Waarom distantiëren
nationalisten zich zo uitdrukkelijk van elkaar?
De onberispelijke leider antwoordde:
o veelbelovend echtpaar, het is mooi en goed dat u zich met volksgenoten
organiseert, teneinde uw eigen belangen, die van uw nageslacht en uw onterfde
volk, welke door een vervreemde elite worden verkwanseld, veilig te stellen.
Uw nieuwe organisatie verschilt voldoende van andere om een afzonderlijk
bestaan te rechtvaardigden. De enige reden om andere nationalisten van zich
af te stoten, is een poging om voor fatsoenlijk door te gaan in de ogen van
onze ontervers. Maar zoals het de grote Pim Fortuyn is overkomen, die zich
zo nodig moest distantiëren van de sympathieke Jörg Haider, Jean-Marie le Pen en anderen, zal het u niet bespaard blijven: zij die gewone mensen
minachten en onterven, zullen de verdedigers van autochtone Nederlanders
toch wel demoniseren. Doe voor hen geen enkele moeite! O nationalisten, neem
toch geen afstand van iemand die een blank volk een warm hart toedraagt;
het levert u slechts onnodige vijandschap op, maar geen enkele waardering.
Het jonge paar nodigde hierop hun nieuwe vriend uit om bij hen thuis de
leider van deze nieuwe organisatie te ontmoeten, een welkome kans die de
wijze Johannes met graagte aangreep.
Bij de ontmoeting introduceerde de edelmoedige
vredestichter zich als volgt:
Waarde nationalist en leider van een nieuwe organisatie welke het
visioen van een vrij Nederland, waar autochtonen ongestoord samenleven en zo
zichzelf zijn, dat onze erflaters altijd voor ogen hebben gehad, tot
leidraad neemt, mijn hart stroomt over van dankbaarheid vanwege uw
inspanningen. U heeft mijn diepe respect en ik zal u niets in de weg leggen
omdat uw visioen ook het mijne is. Waarom o dappere, stoot u sommigen die uw
visie delen van u af?
De leider had hem beleefd aangehoord en antwoordde:
O Johannes, wij willen ons slechts laten kennen als een gematigde en
democratisch gezinde organisatie. Daarom hebben wij goed gekeken naar de
bezwaren die tegen uw en soortgelijke groeperingen zijn geformuleerd. Men
noemt u antisemiet, daarom spreken wij onze steun uit aan Joden en hun
zionisme en mag niemand die ooit antisemiet is genoemd, lid zijn van onze
organisatie. Men noemt u fascist, daarom wijzen wij fascisme af en mag
niemand die ooit fascist is genoemd, lid zijn van onze organisatie. Men
noemt u racist, daarom spreken wij onze afschuw uit voor racisme en mag
niemand die ooit racist is genoemd, lid zijn van onze organisatie. Men
beschuldigd u van discriminatie. Daarom wijzen wij alle discriminatie af en
moet iemand die discrimineert onze organisatie verlaten. Men noemt u
gewelddadig. Daarom wijzen wij geweld af en mag iemand die van
gewelddadigheid is beschuldigd, geen lid zijn van onze organisatie. Men
noemt u bang, daarom roepen wij op om angst te overwinnen. Men noemt u
ongeïnformeerd, daarom onderbouwen wij al onze voorstellen met
wetenschappelijk onderzoek. Men noemt u egoïstisch, daarom spreken wij onze
bereidheid uit om te delen. Men noemt u nationalistisch. Daarom gebruiken
wij dat woord niet, wij vragen slechts om Nederland te handhaven binnen een
context van internationale samenwerking. Men noemt uw organisatie een 'one
issue partij', daarom hebben wij een uitgebreid programma opgesteld inzake
alle kwesties waar de Nederlandse overheid iets mee van doen heeft. Wij
willen, als onderdeel daarvan ook een einde zien aan immigratie, zodat onze
kinderen dit land kunnen erven en de erfenis niet met immigranten hoeven te
delen. Dat is maar één van de vele dingen die wij bepleiten.
Johannes keek de nieuwe leider spottend aan.
En edele leider, die in zijn slimheid alle kritiek voor is, berichten de
media nu over uw organisatie als volgt: 'Het is een gematigde en
democratisch gezinde organisatie, die zich in woord en daad verre houdt van
antisemitisme, fascisme, racisme, discriminatie, geweld, angst, domheid,
egoïsme en nationalisme, een alles omvattend programma presenteert, maar
anders dan andere fatsoenlijke politieke partijen, in het belang van hun
eigen nageslacht in alle redelijkheid ook nog pleiten tegen immigratie en
voor het behoud van Nederland als soevereine staat?'
De hardwerkende, keurige en intelligente volksgenoot
keek hem verdrietig aan.
Het pleiten tegen immigratie en voor Nederland, wordt in alle media uit
het programma gepikt en uitgelegd als fascisme, discriminatie, angst,
domheid en egoïsme. Men wijst op het gevaar van afglijden naar antisemitisme
en geweld. Geen enkele krant, blad, televisie-uitzending of radioreportage
wijst op het redelijke en gematigde van onze groepering.
De grote denker hield aan:
Hoe pakken de media dan al die uitsluitingen en afwijzingen op, die u in
uw voorzienigheid zo zorgvuldig in uw publicaties vermeldt en waaraan u
zichzelf zo getrouw verbindt?
De fatsoenlijke Nederlander, die zijn eigen land aan
zijn eigen kinderen wil doorgeven, zuchtte:
Men doet het af als een truc, men noemt het ongeloofwaardige pretenties
om goede sier te maken, en beweert dat wij er niets van menen, doch in werkelijkheid
evenzo zijn als u, o verworpen Johannes. Maar ik merk nu dat ik mij met
deze organisatie alleen maar isoleer van goede mensen en niets bereik bij
degenen die Nederland willen veranderen in een provincie van een ingebeelde
toekomstige wereldregering, waar men alle heil en zegen van verwacht,
daartoe alvast de laagste klasse van het eigen volk hun erfdeel ontneemt en
dat, als een sociale Robin Hood, aan vreemd gepeupel doet toekomen.
(zij het dan dat Robin Hood stal van de rijken en deze elite ten
koste de eigen onderklasse bezit overdraagt)
Onthutst door de misinformatie over goede Nederlanders, als ze de politieke invloed willen verwerven waartoe ze in een
vrij land gerechtigd zijn, nam Johannes afscheid.
Hij sprak:
Laat onze organisaties vriendschappelijk met elkaar omgaan. Het is
zinloos en nutteloos om vooringenomen mensen te willen overtuigen door ze
naar de mond te praten. Het fantoom dat hen in de greep houdt, wordt alleen
maar sterker als men eraan toegeeft. Laten wij alle argumenten gebruiken die
geldig en waar zijn, ook al gruwen die 'principiële allemansvrienden' ervan.
Alleen dan tonen wij dat hun 'ideaal', waar ze zich zo graag op laten
voorstaan, geen authentiek belang is, integendeel!
Hij nam afscheid van zijn nieuwe vrienden en wandelde naar huis. Zijn
woonplaats was prachtig als altijd, hij zag dat zijn land de moeite waard is
en hij wist dat zijn volk nog tijdig kan ontwaken.