Omhoog
De kleurenblinde
Het Kafka Mannetje
De Wijze Neger
De Jood
De nette nationalist
Het belang
De Appel

De wijze neger

Eens wandelde de edele Johannes op een huishoudbeurs, waar een gretige menigte scharrelde tussen standplaatsen van firma's in zaken, welke gezinnen van zijn geliefde volk van pas zouden kunnen komen. Of althans, dat hoopte Nederlands grote zoon van harte.

Daar trof hij een oploop aan van zwijmelende blanke vouwen, die in aanbidding staarden naar een grote dikke neger, die op een verhoging wild schreeuwde, terwijl hij zijn vette lichaam vervaarlijk op en neer deed schudden. De zwarthuidige was zo lelijk als de nacht, zelfs als men hem alleen met rasgenoten vergeleek. Johannes was zeer verbaasd, niet over het schreeuwen en schudden van de negroïde medemens, dat verwonderde hem niet, maar wel over de waardering die de doorgaans verstandige en intelligente vrouwen van zijn eigen edele ras daarvoor aan de dag legden.

Zich wendende tot één van de andere kunne vroeg de glorieuze:
O edele vrouw, ik bid u, onthul mij wat u zo aanspreekt in deze donkere man?

Waarop zijn attractieve gezelschap sprak:
Ach Johannes, heeft u hem niet herkend: in de reclamespotjes vertelt hij een blanke vrouw hoe men rijst moet klaarmaken, hij vertelt een blanke jonge man hoe men meisjes moet versieren, hij vertelt bankmensen dat ze moeten gaan gokken, waar het saai is duikt hij op, de muziek wordt ritmisch en iedereen gaat dansen. Negers onderwijzen ons in lustvol geluk, waar wij, serieuze blanken, onszelf voor afsluiten met onze beschaafde zelfbeheersing.

De alom vereerde Johannes raakte verbijsterd en vroeg:
Kunt u dan niet op een verstandige, zelfbeheerste manier lust en lichamelijkheid deel maken van uw leven? Daartoe heeft u toch geen nood aan kroesharige losbollen?

De in haar dromen overspelige zuchtte spijtig bij de woorden:
Mijn blanke man is een sukkel, want hij is zoals feministen hem hebben willen; echter, ik voel me pas vrouw als mijn man me verovert – als ik me dan onderwerp, kan ik niet meer die zelfbepalende zelfbewuste vrouw zijn, die ik tegenwoordig moet zijn. Negers komen en gaan, dat is niet zo riskant

De intelligente Johannes vatte haar motief als volgt samen:
Dus U ontmant uw man door de vrouwenrol te weigeren en nu u het vrouw zijn niet met hem realiseert, verlangt u naar vreemde wilden die schreeuwen en schudden. Toch wilt u liever een echte, verantwoordelijke man, bij wie u veilig bent, die zorgt voor uw gezin en dingen tot stand brengt.

De wijs geworden vrouw erkende:
U heeft gelijk het is een groot voorrecht om met een blanke bink getrouwd te zijn, ik doe mijzelf tekort als ik hem ontman, ik ben pas vrouw als ik mijn echtgenoot een man laat zijn.

Hierop voelde de hooggewaardeerde Nederlander een grote tevredenheid in zijn gemoed opkomen, nam afscheid van zijn verstandige gesprekspartner en wandelde voort.

Even later vroeg een gepigmenteerde medemens, presentator van een televisieprogramma, of hij, Johannes de overtuigde Nederlander, bereid was tot een vraaggesprek. Onze held suggereerde hem daartoe een andere neger te benaderen.
 

De zoon van Afrika nam het woord en sprak: 
O Johannes, ik ben het epigoon van het diversiteitbeleid dat door de boven U gestelden wordt opgelegd. Mijn rol is die van wijze neger, die blanken voorlicht en beleert.

De bruine medialieveling vervolgde:
Uit mijn mond vernemen ze normen en waarden, door het beeld dat mijn verschijning oproept, geloven ze dat wijsheid bij andere rassen gezocht moet worden. Nooit zal ik dus een rasgenoot ondervragen, omdat ik dan niet schitter in de glans die van mijn gast afstraalt en ook omdat blanken het zullen herkennen als een onderonsje van zwarten.

Nog was de duistere verschijning niet uitgesproken:
Ik kopieer de grote wijze Afrikaans- Amerikaanse Oprah Winfrey, die zich uitsluitend omringt met Amerikanen van Europese afkomst en zo bij hen een gezag heeft verworven dat niet uit eigen merites voortkomt. Zij was het die blanke stemmers wierf voor de negroïde president, die veel te jong een biografie vol blankenhaat schreef.

Hierop dankte de bewonderaar van Jan de Wit de bruine presentator voor diens openhartige eerlijkheid, maar sloeg diens uitnodiging aldus af:
O nakomeling van slaven, mijn verantwoordelijkheid voor mijn eigen volk en de belangen van mijn eigen edele ras gebieden mij, om deze opzet van politiekcorrecte dwingelanden te dwarsbomen. Nooit zal ik de suggestie voeden dat vreemden gezag hebben in kwesties die uitsluitend verwanten iets aangaan.

Johannes wandelde zuchtend voort, bezorgd over de hersenspoeling die zijn Nederlandse volk wordt aangedaan. "Ik heb een lange weg te gaan", dacht hij bij zichzelf.