De appel

Eens wandelde Johannes met de mooie Maria door de stad, alwaar ze de groentewinkel passeerden van de vriendelijke Marokkaanse winkelier, die prachtig fruit uitnodigend voor zijn nering had uitgestald met vermelding van een aantrekkelijke prijs

Johannes echter wendde zijn blik naar de authentiek Nederlandse architectuur, waaraan hij zo gehecht was geraakt in zijn heldhaftig leven en liep door. Verderop bereikten ze de winkel van de norse Nederlander, die wormstekige appelen verkocht voor een hogere prijs dan zijn Marokkaanse concurrent. Desalniettemin kocht Johannes bij dit laatste verkooplokaal een redelijk uitziende appel, welke hij schilde, zorgvuldig de lelijke plekken verwijderend, om deze te delen met zijn beeldschone gezelschap.

Nadat ze haar deel van de vrucht had geconsumeerd, vroeg de vrouw met de adembenemend mooie ogen:

O Johannes, held van mijn dromen, waarom versmaadde u de aantrekkelijk geprijsde appels van de vriendelijke Marokkaan ten faveure van een duurder, lelijker exemplaar van de norse Nederlander?

De verheven Nederlander sprak:

O edele vrouw met het voorkomen van een godin, nooit ben ik geen Nederlander, steeds denk ik als een Nederlander en voortdurend vervul ik in mijn handelen mijn plicht jegens mijn volksgenoten, waar de omstandigheden zulk een plicht aantonen. In deze straat kan ik kiezen tussen de diensten van een vreemdeling en die van een volksgenoot om in mijn behoefte aan fruit te voorzien. Dan wend ik mij tot de volksgenoot.

Zou ik hebben kunnen kiezen tussen Nederlandse concurrenten, dan zou ik de prijs-kwaliteit verhouding zeker hebben overwogen. Pas als er geen volksgenoot beschikbaar is om diensten te gunnen, wend ik mij tot vreemde aanbieders.

De eigenaresse van prachtig blond haar sprak:

Mijn gezegende vriend en hooggewaardeerd gezelschap, is het resultaat dan niet de rechtvaardiging van de procedure? Stel dat u de appel bij de vriendelijke Marokkaan had aangeschaft, dan had u zich immers als volgt kunnen rechtvaardigen: "Zie, ik heb nu een mooiere en goedkopere appel die beter in mijn behoeften voorziet! Daartoe heb ik terecht mijn volksgenoot verzaakt, die mij immers niet zo goed bedienen kon."

De edele Nederlander sprak:

O beminnelijke blondine, de procedure overvleugelt de ratio, want ethiek gaat vooraf aan techniek. Ethiek immers gaat in op de vraag: "wat moet ik doen?" en pas als die vraag beantwoord is, kan men vragen: "Hoe moet ik het doen?" In dit geval is ethiek samen te vatten als: 1) ik moet voor mijn eigen behoeften zorgen en 2) ik moet mijn Nederlandse ziel uiten. Nu pas komt de ratio met de invulling van deze uitkomsten: 1) ik voorzie in mijn behoeften door een appel aan te schaffen en 2) ik koop het natuurproduct bij een Nederlander, als dat mogelijk is. Aangezien in deze straat de aankoop bij slechts één Nederlander mogelijk is, is nadere exploratie van de mogelijkheden overbodig.

De intelligente vrouw sprak:

O geliefde Nederlander, zit uw ziel u niet in de weg, nu zij u weerhoudt van maximale lustbevrediging?

De hooggewaardeerde antwoordde:

Mijn uitnemend gezelschap, zonder ziel zou geen lust bevredigd kunnen worden. Een wijs man zei:

"Als ik niet voor mijzelf zorg, wie dan? Maar als ik alleen voor mijzelf zorg, wie ben ik dan?"

Als ik alleen voor mijzelf zorgde, dan zou ik als een beest zijn. Ik vorm een ziel omdat ik geen beest wil zijn, een ziel vormt niet geïsoleerd, maar in de context van afkomst, cultuur, talenten en keuzes. Zonder ziel, handelend als een beest, had ik de appel van de vriendelijke Marokkaan gekocht. Echter juist de bezielde keuze, waarin ik niet alleen voor mijzelf zorg, maar ook voor hen wier lot mij aan het hart gaat, schenkt mij diepe voldoening. Een norse Nederlander betekent voor mij meer dan een vriendelijke Marokkaan. De van hem gekochte appel stilt een grotere honger dan alleen de lichamelijke.

Maria knikte en glimlachte, want ook zij heeft een Nederlandse ziel en gruwt van beestachtigheid.

Johannes, ziende dat Maria hem begreep, hield zielsveel van haar.